Op een plein of in een woonwijk waar een boom niet alleen wortelruimte nodig heeft maar ook de aanleiding kan zijn voor een verblijfsplek, is een grote, ronde omranding vaak een tussenvorm tussen een strikt functionele boombak en een volledige speelplek met zand. OTTO, ontworpen door Ana Mir en Emili Padrós (2011), is die tussenvorm: een octogonale omranding met een buitendiameter van 5 meter en een binnendiameter van 2,5 meter, opgebouwd uit vier gietstenen delen die zowel als boomomranding als zandbak-rand functioneren. Het hoogste deel (54cm) nodigt uit tot zitten aan de rand, het laagste deel (20cm) maakt de omranding juist toegankelijk om binnen te stappen. Daarmee onderscheidt OTTO zich van een doorlopende, gebogen boombank zoals Godot: OTTO is primair een grootschalige omranding met zitmogelijkheid aan de rand, Godot is een aaneengesloten zitbank rond een kleinere plantopening.